Wie gaat samenwonen, merkt al snel dat twee mensen twee manieren hebben om de dag in te delen. De een staat vroeg op en wil het huis stil houden, de ander werkt liever 's avonds laat door. De een laat de vaat even staan, de ander wil alles direct opruimen. Dat is geen probleem, maar het vraagt om een gesprek. Met een paar afspraken kunnen beide sets gewoonten naast elkaar bestaan.
Eerst in kaart brengen
Begin met te bekijken wat voor jullie allebei belangrijk is. Schrijf elk apart op welke gewoonten je niet wilt missen: de ochtendkoffie in stilte, de zondagse wandeling, een opgeruimde gootsteen, een avond alleen. Vergelijk daarna de lijstjes. Je zult zien dat sommige gewoonten samenvallen en andere botsen. Dat maakt het makkelijker om te praten, want je praat over concrete dingen en niet over wat de ander verkeerd doet.
Kies een paar gezamenlijke gewoonten en laat de rest gewoon bestaan. Misschien eten jullie samen op vaste avonden, ruimen jullie samen op voor het weekend en spreken jullie af wie waarvoor verantwoordelijk is. Laat de andere gewoonten aan iedereen zelf over. Niemand hoeft zijn hele leven aan te passen. Het gaat erom dat jullie samen een basis hebben waarin iedereen zich thuis voelt.
Geef elkaar ruimte voor eigen plekken en momenten. Iedereen heeft een hoekje nodig waar hij of zij zich kan terugtrekken, al is het maar een stoel bij het raam of een kast van zichzelf. Spreek af welke momenten van de dag voor de een of de ander zijn. Bijvoorbeeld dat de badkamer 's ochtends in een vaste volgorde wordt gebruikt, of dat iemand na het eten een tijdje mag lezen zonder gestoord te worden.
Kijk na een paar weken terug op wat werkt en wat niet. Maak een lijstje van wat goed gaat en wat wringt, en pas één ding tegelijk aan. Blijf vriendelijk en nieuwsgierig naar elkaars gewoonten. Vaak zit er een reden achter, en die reden kan interessant zijn. Samen een nieuw ritme maken kost even tijd, maar het levert een thuis op dat van jullie allebei is.